Dutch Pipes & Drums

Welkom op onze website!

Wil jij lid worden?

Wij zijn altijd op zoek naar nieuwe leden! Geïnteresseerd? Kom dan gerust een keer langs om een kijkje te nemen.
Neem hier contact met ons op!

Over de band


Historie

Lees verder

Doedelzak

Lees verder

Drummen

Lees verder

Dansen

Lees verder

Historie

De Dutch Pipes and Drums worden in 1953 in Tilburg opgericht als jeugddoedelzakband ‘de Scotjes’. De bevrijding van Tilburg op 27 oktober 1944 door de 15th Scottish Division ligt iedereen nog vers in het geheugen; als een aantal jongens een muziekband willen oprichten, is de keuze voor de doedelzak snel gemaakt. Het groepje jongens groeit snel en ook met de bekendheid gaat het goed: er wordt door heel Nederland opgetreden. De band was destijds bij iedereen in Nederland bekend van radio en televisie; o.a. de eerste experimentele opnamen voor de kleuren TV, het optreden in de eerste kleuren TV-show van Nederland in 1957, de Mounties-show en de Rudi Carell-show.

Een teruglopend ledenaantal dwingt het bestuur om begin jaren de leeftijdsgrens die bij de oprichting in 1953 was vastgesteld op 14 jaar (en in 1968 opgetrokken naar 18 jaar) af te schaffen. Een aantal oud-leden terug naar de band en door ledenwerfacties neemt het aantal leden weer wat toe. Er worden eigen opleidingen voor pipers, drummers en dancers opgezet en ook organisatorisch wordt de band geprofessionaliseerd. Omdat de kleine ‘Scotjes’ nu grote ‘Schotten’ waren, besloot de vereniging in 1983 haar oorspronkelijke naam ‘De Scotjes’ te veranderen in ‘Dutch Pipes & Drums’.

Onder die naam worden in 1992 ook opnames gemaakt voor een cassette die in 1993 ter ere van het 40-jarig bestaan wordt uitgebracht onder de titel ‘Spirit of Scotland’. In 2007 worden deze opnames opnieuw uitgebracht, nu als CD. Dit was de eerste muzikale uitgave van de band, die later door drie andere werd gevolgd. In 1999 wordt ‘Going Home’ uitgebracht, een CD waarop zowel nummers gespeeld op de great highland bagpipes te horen zijn als een selectie nummers gespeeld op de scottish smallpipes. In 2005 volgt ‘In Harmony’, waarop de band zowel ‘solo’ als met de Bondsband uit Boxtel te horen is. Op ‘In Concert’ uit 2009 is de band te horen met een aantal muzikale partners: "Gelegenheids Harmonieorkest Dutch Pipes and Drums", Filharmonisch Orkest 's-Hertogenbosch" en a cappella close harmony koor "Be Sharp!". Solo zangeres op het nummer "So Many Lives" is Sophie van Doornmalen. Naast vijf nummers die gezamenlijk met de diverse muzikale partners zijn opgenomen bevat deze CD ook zes traditionele doedelzakmuziek tracks die alleen door DPAD zijn opgenomen.

In 2003 viert de band haar 50-jarig jubileum. Er wordt een speciaal samengesteld boek uitgebracht waarin de 50 jaren worden beschreven, onze beschermheer Sir Ranald Macdonald brengt ons een bezoek en er wordt een aantal optredens verzorgt in Tilburg.

Inmiddels evolueert de band verder: er wordt veel tijd en geld gestoken in werving van nieuwe leden en opleiding, en het soort optredens verschuift van street parades en lokale taptoes naar meerdaagse internationale evenementen. De band treedt op tijdens taptoes in Noorwegen, Denemarken, Duitsland en –natuurlijk- Nederland. Ook bezoeken aan Malta en Murcia in Spanje stonden op het programma.

2013 wordt het jaar van ons 60-jarig jubileum. De commissie 60-jarig bestaan is druk bezig met het opstellen van een programma die deze memorabele gelegenheid eer aan doet. Dit programma zal onder andere een jubileumconcert en een reis naar Schotland omvatten. Daarnaast zullen de Dutch Pipes and Drums ook weer acte de presence geven op een aantal muzikalen evenementen in Nederland en Duitsland.

Doedelzak

De Schotse doedelzak werd voor het eerst geïntroduceerd in Schotland in de jaren 1500; de MacCrimmons waren de eersten die een school hadden in Skye. Hoe de MacCrimmons hier kwamen is niet zeker. Er zijn een aantal theorieën, waarvan de meest geaccepteerde is dat toen het hoofd van de Clan MacLeod diende in Italië tijdens de Heilige oorlogen, hij een muzikant in dienst nam. Dit was in Cremona, dus noemde MacLeod hem Cremonach en naar goede Schotse gewoonte werd er Mac voor de naam geplaatst: MacCremonach (MacCrimmon). Bij terugkeer naar Schotland werd MacCremonach piper voor de MacLeods. Hij begon een school in Skye waar McLeods uit andere delen van Schotland naartoe werden gezonden om op de doedelzak te leren spelen. Hierdoor werd het doedelzak spelen verspreid door heel Schotland. In deze dagen duurde de cursus 7 jaar.

Doedelzak spelen is in Schotland is erg populair geworden in de afgelopen 50 jaar en de Schotse invloed heeft over de hele wereld geleid tot een grote hoeveelheid pipe bands.

Een doedelzak bestaat uit een zak, een blaaspijp met mondstuk, 3 drones (2 tenordrones en 1 basdrone) en als laatste de chanter. De drones zijn de pijpen die op de schouder rusten en het harmonieuze geluid geven dat men constant hoort. Op de chanter wordt de melodie gespeeld. De chanter heeft 8 gaten waarop slechts 9 noten gespeeld kunnen worden. Alle melodieën worden dus in slechts een octaaf gespeeld. In de drones zitten rieten. Vroeger waren deze van Spaans riet, tegenwoordig zijn er verschillende plastic rieten verkrijgbaar. In de chanter zit ook een Spaans riet. Deze bestaat uit twee delen en lijkt op het riet van een hobo, alleen moet je voor het riet in een chanter veel harder blazen.

Om doedelzak te leren spelen is het noodzakelijk om eerst te leren spelen op de practice chanter. Dit instrument heeft overeenkomsten met een blokfluit maar ook hier moet harder geblazen worden. Het meest belangrijke is dat de leerling de vingerzettingen leert. Deze wijken namelijk veel af van andere blaasinstrumenten. De leerling begint met de toonladder, vervolgens komen de versieringen aan bod en de eerste ritmes van de melodieën, tunes genaamd. Afhankelijk van de tijd die men steekt in het oefenen thuis leert men deze beginselen binnen een jaar. Na deze oefenperiode komt de doedelzak aan bod. Dit is een grote stap die niet onderschat moet worden. De leerling begint het leren op de doedelzak met het opblazen van de doedelzak, het opzetten. Na het inblazen dient de doedelzak onder de linkerarm gestoken te worden. Het is belangrijk dat er een constante druk is op de zak zodat de drones een mooi eentonig geluid geven zonder trillingen. In het begin speelt de leerling slechts op één drone. Wanneer deze onder controle is volgt het spelen op twee en drie drones. Pas dan volgt de chanter en kan de leerling de oefeningen van de practice chanter oefenen op de doedelzak.

De overstap van practice chanter naar de doedelzak is niet eenvoudig en het is vaak op dit moment dat een leerling opgeeft en besluit om een ander instrument als tenor drum of side drum te gaan bespelen. Het onder de knie krijgen van een doedelzak heeft even tijd nodig maar als je volhoudt, bereik je vanzelf het punt dat je denkt “eigenlijk is het niet zo moeilijk als je denkt”

In beginsel krijgt iedereen les in aparte groepjes, afhankelijk van het niveau, maar zodra men de doedelzak krijgt, speel je ook mee in de bandlessen. Deze vinden plaats na de groepslessen. Tijdens de bandlessen worden alle niveaus behandeld en krijgt iedereen de kans om de tunes te spelen die op dat moment geoefend worden. Door de bandlessen te volgen word je klaargestoomd om mee te doen met de optredens. Je bent dan een volwaardige doedelzak speler.

Drummen

Schots drummen is anders dan drummen in een harmonie of drumband. Hierbij wordt vaak als begeleiding gedrumd. Bij een pipe band zorgt het drumcore voor de versiering van de tune (melody van de pipers). De techniek is net even anders, roffels worden vervangen door rolls en heel vaak eindigen rolls op links. Typisch in het schots drummen zijn de “gepunte” noten. Dat zijn 16e's met stip, gevolg door 32'en. Noten worden versierd met vlamslagen, voorslagen en drags. Er zijn nog meer versierselen. Samenspel met elkaar en met de pipers is heel belangrijk. Het drumcore bestaat uit:

Een of twee basedrummers - Een basedrummer houdt het tempo strak en door op verschillende manieren te slaan klinkt een dansnummer anders dan een march.

Tenordrummers - Deze spelen op een tenor drum welke geen snaren heeft. Het geluid is dof maar het is mogelijk om verschillende toonhoogtes te krijgen door verschil in grootte van de tenordrum. Een tenordrummer drumt niet alleen maar zorgt er ook voor dat er voor het publiek iets te zien heeft door het florrishen. Door met de sticks te draaien om de hand en daarbij nog bewegingen te maken met de arm stijgt de amusementswaarde aanzienlijk.

Side drummers - Zij spelen op een high extension drum. Dit is een drum waarvan het bovenvel superstrak gespannen staat. Onder het boven- en ondervel zitten snaren. In combinatie met het strakke bovenvel ontstaat er een scherp geluid welke kenmerkend is voor de schotse drum. De rolls worden gepressd gespeeld (dus heel gesloten (in verband met de zeer scherpe drums). Als er accenten op rolls staan, worden de accenten enkel gespeeld.

Er zijn verschillende tunes en scores. Wanneer er een optreden is met andere bands wordt er vaak gebruik gemaakt van standard beatings. Dat zijn standaard regels die bij een 2/4 4/4 of 6/8 maatsoort horen. Deze kunnen onafhankelijk van de tune gespeeld worden. Een score is een drumpartij die bij een tune van pipers hoort. Deze klinkt natuurlijk mooier bij de tune. Er zijn ook verschillende “soorten” muziek, de march, een jig, een hornpipe, een reel of een strathspey worden allemaal in een ander tempo of met een ander nadruk gedrumd.

Highland dancing

Vraag een gemiddeld persoon wat Scottish Highland Dancing is, en het antwoord blijft lang uit. Want een bekende dans sport is het bepaald niet. Sommigen komen nog zo ver dat ze vragen "Lijkt het op Riverdance?", maar als dan het antwoord ontkennend is, zijn verreweg de meeste mensen toch echt wel uitgepraat. Maar wat is Highland Dancing dan wel?

Scottish Highland Dancing komt, zoals de naam al suggereert, uit Schotland. Het dateert volgens de overlevering uit de vroege Middeleeuwen, en was eeuwenlang een mannenaangelegenheid bij uitstek. De dansen werden gebruikt om de moed en discipline van de leden van de clans te testen. Tenslotte is het geen sinecure om over twee vlijmscherpe gekruiste zwaarden te dansen.

In latere eeuwen werd Highland Dancing geadopteerd door het Schotse leger, die hier een goede kans om de soldaten te trainen in coördinatie. Ook toen stond het dansen nog volledig in het teken van de strijddansen en het soldatenbestaan.

Zo'n 110 jaar geleden, rond 1890, kwam de grootste schok die deze aloude dansvorm ooit meemaakte: voor het eerst maakte een vrouw, Jenny Douglas, duidelijk dat ook zij haar plaats op het competitie podium opeiste. In paniek ging men kijken of dit wel kon, maar nergens stond dat vrouwen niet zouden kunnen dansen. Niemand had er ooit aan gedacht dat vrouwen dit überhaupt zouden willen. En onder het mom "Wat niet verboden is, is dus toegestaan" mocht Jenny meedoen. Het was het begin van een kentering: waar Highland Dancing ooit uitsluitend aan mannen voorbehouden was, is tegenwoordig de verhouding jongens op meisjes zo'n 1 op 100.

Een paar van de meest bekende “Highland” dansen zijn de Highland Fling, Zwaarddans, Seann Triubhas, en de verschillende ReeIs. Deze zijn beschreven in het officiële dansboek van de “Scottish Official Board of Highland Dancing” Verder zijn er een aantal “National” dansen. Deze gebruiken dezelfde techniek maar aangevuld met passen en bewegingen die ontleend zijn aan het ballet. Ze zijn meest ontstaan in de 19e eeuw en hebben vaak namen met een “Jacobite” tintje zoals “Flora Mac Donalds’ Fancy” en “Over theWater to Charlie.” En dan zijn er nog twee varietédansen die ontleend zijn aan het Vaudeville theater rond de eeuwwisseling van de 19e en 20ste eeuw “The Sailors’ Hornpipe” en de “Irish Jig.”

De Highland Fling is het oudst. Volgens de overlevering komt hij uit de vroege 14e eeuw, al is hij natuurlijk gedurende de eeuwen wel geëvolueerd en een Middeleeuwse Schot die ons nu ziet dansen zal waarschijnlijk weinig herkennen van de dans zoals die in de oude tijd was. Het kenmerkende van deze dans is dat hij strikt op één plaats gedanst moet worden, volgens de legende zelfs op een klein schild. De danser houdt zijn armen omhoog als imitatie van het gewei van een edelhert.

De Zwaarddans is niet veel jonger dan de Fling, ook deze dans komt uit de 14e eeuw. Het is een van de bekendste dansen en wordt gedanst over twee zwaarden die op de grond gekruist ligt. Men zegt dat het onderste zwaard van MacBeth is en het bovenste zwaard van Malcolm Canmore die MacBeth had verslagen. De danser danst om en over deze gekruiste zwaarden heen en het is uiteraard de bedoeling dat de zwaarden ondertussen niet worden aangeraakt. Bij de oorlogvoerende clans werd deze dans gebruikt om de uitslag van de strijd te voorspellen: een soldaat die zijn zwaarden wegschopte zou de strijd vast niet overleven. . .

Andere dansen zijn jonger en vertellen van de overheersing door de Engelsen over de

Schotten (de Seann Triubhas), toen het dragen van de kilt verboden was, koude winterochtenden die Schotland nogal eens voorkomen (de Hullachan), de levensloop van de mens met al zijn pieken en dalen (de Strathspey and Highland Reel), het leven op zee (de Sailor’s Hornpipe). Iedere dans heeft zijn eigen verhaal wat veel toevoegt aan de beleving van de dansen.

Dansers dragen in totaal vier verschillende traditionele kostuums: de Kilt, het National outfit, de Jig en Hornpipe costuums, en de mannen dragen ook wel “Tartan trews” een geruite broek voor Seann Truibhas en de National dansen.

De Kilt wordt gedragen voor alle echte “Highland” dansen en bestaat uit een kilt met bijpassende geruite kniekousen en voor vrouwen een fluwelen hesje of jasje met lange mouwen. Mannen dragen bij hun kilt een overhemd en jasje met strikje, het zogenaamde Prince Charlie Coatee and Vest. Voor de National dansen, dragen de mannen meestal weer de kilt of een geruite broek (de Trews). Vrouwen dragen een zogenaamd Aboyne outfit, een kostuum dat gebaseerd is op de klederdracht zoals die gedragen werd in het dorp Aboyne in de regio Aberdeen. De Irish Jig en de Sailor’s Hompipe hebben hun eigen specifieke costuums. Voor de Jig dragen de vrouwen een rode of groene jurk met schortje en schoenen met een klein hakje. De mannen dragen een kuitbroek en een pandjesjas meestal in contrasterende kleuren, een hoge hoed en om het geheel compleet te maken ook een shilelagh (Ierse knuppel). Voor de Sailor’s Hornpipe dragen beide sexen een matrozenpak.

Kinderen kunnen vanaf 3 jaar beginnen met dansen, de minimum leeftijd voor competities is 4 jaar. Zij dansen dan in een aparte categorie (Primary) waarin zij hun eigen dansen hebben zoals Pas de Basques of Pas de Basques and High Cuts alsook de Zwaarddans en de Highland Fling. Na hun 7e verjaardag worden ze “Beginner”.Vanaf dit moment dansen zij het standaard programma dat iedereen danst. Natuurlijk komen er over de loop van de jaren, en met het stijgen van het dansniveau meer dansen en moeilijker passen bij.

De verschillende competitieniveaus zijn Primary (voor kinderen onder de 7), Beginner, Novice, Intermediate, en Premier/Championship. Dit laatste niveau is de top die een danser kan bereiken en op dit niveau kan hij of zij ook meedoen aan kwalificaties voor de Wereldkampioenschappen die ieder jaar in Schotland gehouden worden.

In onze dansgroep bij the Clan Donald Pipe Band “Dutch Pipes and Drums” houden we deze traditie levend. Onze gediplomeerde leraren geven de dansers een grondige opleiding in de dansvaardigheid die ze nodig hebben om deel te nemen aan danscompetities in Nederland en daarbuiten. Die vaardigheid hebben ze ook nodig voor de optredens die we doen bij taptoes, evenementen en straat parades. De band komt op allerlei plaatsen. Zo zijn we geweest in Oslo, Kopenhagen, Parijs en Berlijn om er maar een paar te noemen. Het is niet gemakkelijk maar wel heel leuk. Vaak doen er ook dansers mee van andere groepen zodat er alle gelegenheid is om bevriend te raken met andere dansers.

De Clan DonaId Pipe Band "Dutch Pipes & Drums" uit Tilburg is altijd op zoek naar nieuwe dansers vanaf ± 7 jaar. Dus als je zin hebt om te dansen, kom dan eens langs bij één van onze repetities. Wij oefenen elke woensdag in het gebouw van de Diamant groep aan de Jules de Beer straat in Tilburg.

By the Right, Quick March!

Media


Historie

Highland Dancers

Highland Cathedral

Arrival

Contact

Wil je een keer een kijkje komen nemen of wil je de band inhuren voor een optreden? Stuur ons dan even een bericht en we zullen zo snel mogelijk contact met je opnemen.


Uw bericht is succesvol verzonden!

Dutch Pipes & Drums

Dhr. Ton Willemen
PO BOX 4309
5004 JH Tilburg
The Netherlands

 (+31) 06 46 18 77 64

  secretaris@dutchpipesanddrums.nl